You to me? Who am I? Portrait of a beaut

Wie ben ik ?

Wanneer je aan iemand vraagt wie hij is, dan volgt er meestal een antwoord dat uit niet-blijvende eigenschappen en karakteristieken bestaat: het werk dat men doet, de familie die men heeft, de dingen die men leuk vindt, hobby's of vaardigheden, een naam, een adres, enz...

Al deze zaken zijn niet blijvend, en je kan er jouw geest dan ook slechts tijdelijk mee sussen. Want diep binnenin blijft voor iedereen de grote vraag onaangeroerd en nog steeds onbeantwoord in een donker, zuchtend hoekje liggen: "Wie of wat ben ik werkelijk?"

Ben ik het werk dat ik doe?

Ben ik de hobby 's die ik in mijn vrije tijd beoefen?

Ben ik mijn naam?

Ben ik mijn familie?

 ... ?

Ben ik een mens?

Een lichaam?

Eén ding ben ik zeker. Al wat ik hier opnoem zal ik hoogstens slechts voor enkele jaren zijn, misschien zelfs maar voor even, en in elk geval niet langer dan pakweg 100 jaren. Hoe kan ik zeker weten wie ik ben, als wat ik denk te zijn constant aan verandering onderhevig is? En zal ik dan wanneer ik 100 jaren geworden ben, eindelijk weten wie ik ben?

Het antwoord laat zich raden. En dan hebben we het nog niet gehad over de vele emotionele kwaliteiten. Ben ik zelfzeker of een twijfelaar, ben ik onderdanig of dominant, ben ik vol schaamte of de roekeloze, ben ik eerder lui of actief, ben ik teruggetrokken of een extravert, ben ik de banghaas of een durfal,  ben ik...?

Niemand kan van zichzelf of van een ander met zekerheid zeggen dat hij steeds in alle omstandigheden aan de ene of aan de andere kant van het spectrum zal staan. Het wil nogal eens wisselen nietwaar, naargelang de uiterlijke omstandigheden of naargelang het ons allemaal wat beter of minder goed uitkomt. Van één ding kan je wél zeker zijn: zoals we nu tegen onszelf en de anderen aankijken kunnen we eigenlijk van niets zeker zijn... 

En dat,... dat maakt ons wel degelijk onzeker.

Omdat we nu écht wel onzeker zijn, en we nergens een vast referentiepunt hebben, nemen we, om te zien hoe we het er zelf vanaf brengen, de ander dan maar als referentiepunt. Daaruit volgt dan een gemiddeld standpunt, dat we als menselijke soort sociaal aanvaardbaar vinden. En zelfs dit gemiddelde wil nogal eens schommelen naargelang de regio waarin men opgroeit, of naargelang de cultuur die er beleefd wordt. De mens is dan ook een voortdurend oordelend wezen, in wiens hoofd er constant wordt vergeleken, geoordeeld en veroordeeld, en dat zichzelf constant vergoelijkt of verdedigt tegenover meningen van anderen of de publieke opinie. 

Wat jij dus denkt dat je nu bent, is eenvoudigweg dit:

Jij denkt dat je de zwarte lijn uit bovenstaande figuur bent, die zich ergens, steeds wisselend, en van het ene stipje naar het andere springend, tussen groen en rood bevindt. Het rode is de kant die jij niet leuk vindt, die jij veracht of die jij veroordeelt. Het groene is wat jij wel tof vindt, wat jouw ideaal is of wat jij verheerlijkt. Dat kleine zwarte, onbestendig en onbenoembare lijntje, dat is wat jij denkt te zijn. In jouw geest ben je voortdurend bezig deze lijn te trekken, over alles wat je hoort en ziet. Je doet het over je ouders en je vrienden, over je kinderen en je collega's, over politiek en geloof, over het klimaat en de wereld. Noem maar op, en je bent al aan het oordelen!

 

Constant, zonder ophouden trekt de mens met zijn geest de boel in tweeén, en een scheiding is inderdaad het enige wat de mens waarneemt en dus ook wat hij denkt te zijn. Hij is een opgesplitst en verdeeld wezen, en hij houdt bovendien nog voortdurend zelf die verdeeldheid in stand.

Een andere ervaring

Er was een moment in mijn leven dat ik vergeving begon te oefenen. Zo werd op een bepaald moment een conflict onthuld tussen datgene wat ik in het leven belangrijk vond en datgene wat een ander persoon uit mijn onmiddellijke omgeving voor lief hield. Omdat ik dagelijks met die persoon te maken had, werd de tegenstelling tussen ons beiden zeer accuut. Ik besefte dat ik hier niet alleen kon uitkomen en reikte naar de Liefde van God en de hulp van de Heilige Geest.

Ik wist dat enkel vergeving hier kon helpen, maar tegelijk was er een stem in mij die schreeuwde om de erkenning van de rechtvaardigheid van mijn oordeel tegenover de ander. Ik had gelijk, zo schreeuwde alles in mij. Die ander was gewoon onrechtvaardig en onbillijk, en hier vergeving schenken was totaal ondenkbaar.

De situatie bleef zoals ze was. Ik ergerde me mateloos en er was geen verstandhouding tussen ons beiden. Alles bleef potdicht en mijn oordeel raakte dieper en dieper verstrikt in de donkere diepten van zwartgallige duisternis.

Vergeving bleef al die tijd mijn enige optie, maar het oordeel leek sterker. Tot ik op een nacht vanwege mijn innerlijke strijd vele slapeloze uren doorbracht en uiteindelijk bij zinnen kwam. Het ging zeker niet zonder slag of stoot. Maar iets in mij zei: "je moet Nu vergeven!" En alhoewel alles zich nog heel sterk verzette tegen het idee, begon ikzelf mezelf te overtuigen: "Ik kies voor vergeving!!!" 

"Ik heb er genoeg van, ik wil vergeving!!!"

Heftig verzet bleef zich tonen, en de gedachte dat ik wél gelijk had, drong zich nog honderd maal sterker aan mij op. Maar telkens en telkens opnieuw herhaalde ik: "Neen, ik heb er genoeg van. Vergeving is wat ik wil!!!"

Uiteindelijk brak de onverzettelijkheid van mijn oordeel en voelde ik dat de keuze in het voordeel van vergeving was beslecht.

 

Er kwam geleidelijk een rust in mij, tot ik plotsklaps merkte dat ik mezelf niet meer was. Mijn identiteit was verschoven, en dat was op dat moment geen idee maar een zeer directe gewaarwording.  In die gewaarwording vond ik mezelf terug als dankbaarheid. Er was niet ik die dankbaar was, ik was de dankbaarheid zelf! De emotie dankbaarheid en ik waren één en hetzelfde geworden. En als dankbaarheid knielde ik neer voor datgene wat ik voelde dat die ander persoon vertegenwoordigde en die nu ook dankbaarheid was geworden. In een wederzijdse herkenning van wie we beiden waren, betoonden we elkaar alle eer en waren we één en gelijken.

 

Niets in deze ervaring had ook maar één enkel vergelijk met deze wereld. Ik was in een bestaan terechtgekomen dat achter alle Aardse vormen verscholen ligt. Ik was in een bestaan terechtgekomen dat dankbaarheid als basis van zijn werkelijkheid had. Het was onmogelijk dat iets of iemand daar iets anders kon zijn dan dankbaarheid zelf. Dankbaarheid was het totale fundament van de wereld waar ik me plotsklaps in terugvond.

 

                                                                                                                                                 Locatie:  Erpe-Mere, België

        WonderwelWakker     vergeving in beweging

                                                                                                                                                 contact: wonderwelwakker@gmail.com